Dit is de zienswijze die namens 74 omwonenden van het binnenterrein is ingediend.

Dagelijks bestuur van het stadsdeel West
Postbus 57239
1040 BC Amsterdam.

Betreft: zienswijze ontwerpomgevingsvergunning Zocherstraat 23-25, OLO 787007

Amsterdam,  19 augustus 2014

Geacht bestuur,

Namens de in de bij deze zienswijze behorende (aangehechte) bijlage genoemde personen (hierna te noemen betrokkenen), die ter deze woonplaats kiezen aan de 1e Atjehstraat 152c te Amsterdam, ten kantore van dhr. mr. L.P.E. Frusch, die door hen als gemachtigde is gesteld, en als zodanig zal optreden wordt bij deze een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbesluit omgevingsvergunning Zocherstraat 23-25, OLO 787007. Het bouwplan ziet op de percelen Zocherstraat 23-25, 1054 LR te Amsterdam, waarbij de bestemming van het voormalige schoolgebouw wordt gewijzigd tot 20 appartementen.

Betrokkenen zijn van mening dat het ontwerpbesluit niet deugdelijk gemotiveerd is en niet getuigt van een goede ruimtelijke ordening en daarbij leidt tot negatieve effecten op het woon- en leefklimaat. Zij kunnen om de navolgende redenen niet instemmen met het ontwerpbesluit.

Paragraaf 2.2: Bouwplan
De aan het ontwerpbesluit ten grondslag liggende ruimtelijke onderbouwing gaat voor de realisatie van het bouwplan uitsluitend uit van inpandige bouwwerkzaamheden. Onvermeld blijft echter dat er sprake is van sloop/nieuwbouw van een aantal achter de voormalige school gelegen bijgebouwen. Dit blijkt nergens uit de ruimtelijke onderbouwing en deze is in zoverre dan ook misleidend. Dit klemt temeer daar sloop/nieuwbouw ruimtelijk gezien aanzienlijk negatievere effecten heeft dan een louter inpandige verbouwing. In zoverre dient de ruimtelijke onderbouwing dan ook te worden aangepast en eventuele negatieve aspecten voor wat betreft bijvoorbeeld archeologische waarden / flora en fauna / aantasting monumentale waarden dienen te worden onderzocht c.q. dienen te worden gemotiveerd.

Paragraaf 3.2: Rijksbeleid
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd en deze is opgenomen in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder stelt eisen aan bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen met het oog op een zorgvuldige afweging, transparante besluitvorming en een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het gaat om een nadere motiveringseis die in het Besluit ruimtelijke ordening is opgenomen ten behoeve van een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. Bij elke nieuwe stedelijke ontwikkeling moet gemotiveerd worden dat er behoefte is aan deze ontwikkeling. Overheden dienen op grond van het Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren met behulp van drie opeenvolgende stappen. Deze stappen borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkelingen wordt gekomen. Onder andere dient aangetoond te worden dat er met de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een actuele regionale behoefte. In de aan het ontwerpbesluit ten grondslag liggende ruimtelijke onderbouwing wordt nergens ingegaan op de ladder voor duurzame verstedelijking. U dient te onderbouwen dat er kan worden voldaan aan de eisen van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Paragraaf 3.4: Parkeren
Bij een project als het onderhavige dient te worden gekeken naar de gevolgen van het project voor parkeren. In de bouwverordening van de gemeente Amsterdam zijn geen parkeerkengetallen dan wel parkeernormen opgenomen. Wel heeft de gemeente in de nota Locatiebeleid Amsterdam 2008 (inmiddels opgenomen in de Structuurvisie) nieuw locatiebeleid vastgelegd en zijn nieuwe parkeernormen opgenomen. Ten aanzien van woonfuncties geldt dat stadsdelen enige beleidsvrijheid hebben welke parkeernorm zij wensen te hanteren. In Stadsdeel West is hiervoor de Parkeernota Stadsdeel West 2012-2020 bepalend. Te dien aanzien vermeld deze nota dat bij een functiewijziging van een bepaald complex als in het onderhavige geval de vraag centraal staat of er sprake is van substantiële extra parkeerclaim ten opzichte van de vorige situatie.

Indien daar geen sprake van is dan blijft de parkeersituatie feitelijk onveranderd en kan de parkeervraag opgevangen worden zoals in de oude situatie. De parkeernormen zijn in dat geval dan ook niet van toepassing. Indien wel sprake is van een substantiële extra parkeervraag ten opzichte van de vorige situatie dan wordt een maatwerkoplossing gezocht indien het technisch en/of economisch niet haalbaar de extra parkeervraag op te vangen in een parkeervoorziening. Zelf gaat u uit van een parkeernorm van 14 parkeerplaatsen voor het onderhavige project. In dat kader concludeert u dat voor een ROC uitgegaan te worden van min 3,3 tot max. 5,3 parkeerplaats per 100 leerlingen. Uitgaande van 300 leerlingen betekent dit een parkeerbehoefte van 10 tot 15 auto’s. Op basis hiervan stelt u dat geconcludeerd worden dat geen sprake is van een substantiële extra parkeerclaim voor dit project. Nergens uit het stuk blijkt waar u die 300 leerlingen op baseert. Verzocht wordt dit inzichtelijk te maken. Bovendien is er een groot verschil tussen parkeren tijdens schooluren voor scholieren/ onderwijzend personeel overdag en het parkeren voor bewoners/bezoekers van de te realiseren appartementen. Deze zullen nu juist ’s avonds en in het weekeinde hun voertuig kwijt moeten, terwijl de parkeerdruk in de Zocherstraat en het omliggende gebied nu al zeer groot is en er bovendien veel ontwikkelingen zijn die het nog erger gaan maken:

  • Twee jaar terug de opening van het Conscious Hotel Vondelpark (te kleine parkeergarage en dus wordt er geparkeerd in de Zocherstraat).
  • Reeds door de gemeente opgezegd huurcontract van de parkeergarage onder David Lloyd. Hierin zijn nu meer dan 50 parkeerplaatsen (deze garage stond aanvankelijk relatief leeg maar wordt momenteel intensief benut). Vanaf december kunnen bewoners hier niet meer parkeren.
  • Er komt een tweede locatie van het Conscious Hotel aan de Amstelveenseweg met ingang aan Zocherstraat zijde. Hierbij komt een relatief kleine parkeervoorziening en naar alle waarschijnlijkheid opnieuw meer parkeerders in de Zocherstraat.

Het onderhavige project zal – of er nu meer parkeerplaatsen bijkomen of niet – zonder meer leiden tot een verdere stijging van de parkeerdruk en daarmee een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat. Betrokkenen zijn dan ook van mening dat er wel sprake is van een substantiele extra parkeerclaim als bedoeld in de Parkeernota Stadsdeel West 2012- 2020. U dient inzichtelijk te maken dat door de realisatie van de appartementen de parkeerdruk niet onevenredig toeneemt c.q. het woon- en leefklimaat voor omwonenden niet verder onder druk komt te staan.

Paragraaf 4.1: Bodem en asbest
Voor de realisatie van nieuwe bebouwing geldt dat er inzicht dient te zijn in de bodemkwaliteit. De bodem in het projectgebied dient daarom te worden getoetst aan de geldende streefwaarden en interventiewaarden die zijn opgenomen in de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (d.d. 24 februari 2000, VROM). Er is daarbij sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien een interventiewaarde van een stof wordt overschreden. U geeft in uw ruimtelijke onderbouwing aan dat er in 2005 een onderzoek is uitgevoerd (Adviesbureau Molenman BV, 6 april 2005, projectnummer 24.11.10) naar de bodemgesteldheid van het terrein. Hieruit bleek dat weliswaar een olietank aanwezig was geweest en op zich een saneringsplicht was opgenomen maar de situatie betrof niet het gedeelte waarop de tuinen zijn geprojecteerd. In 2011 is door Cauberg-Huygen (19 augustus 2011, projectnummer 20111291-02) in het kader van het splitsen van het terrein geconcludeerd dat weliswaar een ernstige verontreiniging met PAK en zware metalen in de bovengrond aanwezig is maar deze verontreiniging geeft geen onaanvaardbaar risico voor het gebruik als wonen met tuin. Onduidelijk is of het onderhavige onderzoek uitgaat van alleen een inpandige verbouwing dan wel de beoogde sloop/nieuwbouw. In zoverre is uw besluit dan ook onvoldoende gemotiveerd. U wordt verzocht dit alsnog inzichtelijk te maken.

Paragraaf 4.2: Geluidhinder
In het kader van de goede ruimtelijke ordening dient te worden nagegaan of de eventuele realisatie van de woningen pal naast het kinderdagverblijf ‘Dromelot’ met bijbehorende buitenruimte niet tot onaanvaardbare situaties leidt. Aan de Overtoom zit ook nog het kinderdagverblijf “Little Super Stars”. De (grote) buitenspeelplaats daarvan komt uit op het binnenterrein en grenst direct aan het noordelijke deel van de geplande nieuwbouw (4 appartementen op de plaats van het voormalige gymlokaal) met een tussenruimte van slechts 8 meter. Er is een geluidsonderzoek n.a.v. eerdere klachten over kinderstemgeluiden vanaf Dromelot gedaan waaruit blijkt dat grenswaarden ruim overschreden worden. Uit jurisprudentie blijkt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening het stemgeluid van kinderen moet worden meegenomen omdat mogelijk hinder ervan kan worden ondervonden door toekomstige bewoners. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt nergens dat er akoestisch onderzoek is gedaan naar stemgeluiden van spelende kinderen en de gevolgen daarvan voor nieuwe bewoners. Betrokkenen verzoeken dit inzichtelijk te maken of er te dien aanzien mogelijke hinder over en weer kan worden ondervonden waardoor gevestigde rechten en belangen van de kinderdagverblijven in het gedrang kunnen komen.

Paragraaf 4.3 Archeologie en Monument
Geconcludeerd wordt dat het plangebied niet ligt in een gebied van zeer grote historische waarde. Het plangebied zou ook niet in een gebied met archeologische of historisch geografische waarden liggen. Dit is echter niet in overeenstemming met de conclusies uit het bij de ruimtelijke onderbouwing behorende archeologische onderzoek. U wordt verzocht inzichtelijk te maken wat voor gevolgen de beoogde sloop/ nieuwbouw ten aanzien van het aspect archeologie heeft.

Daarnaast wordt aangegeven dat het pand aan de Zocherstraat 23-25 een gemeentelijk monument is. Het monumentale karakter zit voornamelijk in het ontwerp als typisch voorbeeld van een corridorschool. De hoofdvorm is nog gaaf, waarbij de beelden van Hildo Krop een hoge kunsthistorische waarde vertegenwoordigen. Er volgt geen conclusie voor dit onderdeel in hoeverre de ruimtelijke ingrepen – zeker gelet op het gegeven dat er niet alleen sprake is van louter inpandige bouwwerkzaamheden, maar van sloop- nieuwbouw – impact hebben op het monument. Een advies van Bureau Monumenten & Archeologie voor dit onderdeel ontbreekt.  U wordt verzocht nader te motiveren dat de monumentale waarden zullen worden behouden c.q. niet worden aangetast.

Paragraaf 4.4  Waterparagraaf
U geeft aan dat het voorliggende plan geen negatieve invloed heeft op de waterhuishoudkundige situatie, het betreft namelijk voornamelijk een functiewijziging. Zoals reeds meerdere malen is aangegeven gaat het echter ook om sloop- nieuwbouw. Niet duidelijk is in hoeverre de nieuwbouw leidt tot een toename van het bebouwingsoppervlak en of er wellicht watercompenserende maatregelen getroffen moeten worden. U wordt verzocht dit inzichtelijk te maken.

Paragraaf 4.8  Bedrijven en milieuzonering
U geeft aan dat er in de omgeving van het plangebied slechts kleine bedrijven aanwezig zijn, zoals kantoren en horeca. Vervolgens is uw conclusie dat er  op het gebied van milieuzonering geen belemmering bestaat voor het gebruik als woonappartementen.

Als uitgangspunt voor het bepalen van de aan te houden afstanden is gebruik gemaakt van de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke (indicatieve) richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of – zoals in dit geval – een ander planologisch besluit mogelijk is. Bij de toetsing aan de VNG-lijst is voor het onderhavige project geen rekening gehouden met de activiteiten van kinderdagverblijf ‘Dromelot’ en kinderdagverblijf “Little Superstars”. Op grond van de VNG-lijst geldt voor een kinderdagverblijf een richtafstand tot gevoelige bestemmingen van 30 meter.  De dichtstbijzijnde woningen zijn op circa 8- 10 meter geprojecteerd. Nergens uit de onderbouwing blijkt dat de geprojecteerde woningen geen belemmering zullen opleveren voor de legale activiteiten van de genoemde  kinderdagverblijven. Verzocht wordt dit nader te motiveren en e.e.a. te onderbouwen met akoestische onderzoeksgegevens.

Paragraaf 4.9  Flora en Fauna
Op grond van de Flora en Faunawet (2002) is het verboden beschermde planten te vernielen of te beschadigen, beschermde dieren te verstoren, verwonden of te doden. Daarnaast is het verboden rust- en verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te beschadigen, weg te nemen of te vernielen. U heeft door Bureau LWM een quickscan laten uitvoeren waaruit zou blijken dat het plan uitvoerbaar is op het gebied van natuurwaarden en concludeert dat er geen aanvullend flora- en faunaonderzoek nodig is omdat er geen relevante flora en of fauna zal worden verstoord.

Daarbij is echter alleen de te slopen gymzaal onderzocht. De bestaande school is niet onderzocht, terwijl onduidelijk is of de geprojecteerde werkzaamheden tevens betrekking hebben op spouwmuren/ dakwerkzaamheden. Niet uitgesloten kan worden  of bijvoorbeeld de ruimten onder de dakpannenals nestlocatie/verblijfsplaatsen voor huismus/ gierzwaluw/ vleermuizen (kunnen) worden gebruikt. Nog onlangs hebben omwonenden rond de school en de bouwlocatie diverse malen vleermuizen waargenomen. Deze waarnemingen zijn gedocumenteerd. U dient inzichtelijk te maken of er kan worden voldaan aan de vereisten van de Flora- en Faunawet en of een eventuele benodigde ontheffing redelijkerwijze kan worden verkregen.

Paragraaf 7  Conclusie
(Eerst) in de conclusie van de ruimtelijke onderbouwing wordt gesteld dat één van de redenen om het bouwplan te realiseren het voorkomen van leegstand is. In dat kader vragen betrokkenen zich af of door het ROC gedegen onderzoek is gedaan naar de behoefte aan schoolruimte bij andere onderwijsinstellingen. Er zijn veel aanwijzingen dat er scholen in de nabije omgeving zijn met een te krappe huisvesting. De aangevraagde wijziging van maatschappelijke bestemming naar woonbestemming impliceert een veel hogere financiële opbrengst voor het ROC. Overdracht aan een andere onderwijsinstelling of andere maatschappelijke bestemming is wat dat betreft niet in het voordeel van het ROC. Betrokkenen zijn van mening dat de maatschappelijke bestemming in principe niet zou mogen wijzigen ten gunste van één onderwijsinstelling als het ROC als er andere scholen zijn die behoefte hebben aan dit schoolgebouw. Daarbij is nog van belang dat de onderwijsactiviteiten van het ROC pas in juni 2012 gestaakt zijn en het gebouw al op 12 maart 2013 verkocht is aan projectontwikkelaar Pierra ten behoeve van de realisatie van woningen. Er was derhalve absoluut geen sprake van langdurige leegstand. Dit duidt op een doelbewuste keuze van het ROC voor maximalisatie van de opbrengst, waarvan de voorbereiding al tijdens het gebruik als schoolgebouw door het ROC moet hebben plaatsgevonden. De verkoop is georganiseerd door een projectmakelaar via een gestructureerde openbare verkoop.

Betrokkenen vinden het betreurenswaardig dat het gebouw van de voormalige Vijfde Hogere Burgerschool met dit initiatief mogelijk een woonbestemming krijgt. Het is ideaal gesitueerd voor onderwijs, met veel licht en vooral frisse lucht voor de leerlingen. Er zal in de toekomst meer en meer vraag zijn naar onderwijsruimte in de stad. De tijd dat ouders met kinderen naar randgemeentes of buitenwijken verhuisden ligt achter ons. Dat heeft in de oude binnenstad al geresulteerd in een nijpend gebrek aan onderwijsvoorzieningen omdat ook daar in het verleden op grote schaal schoolgebouwen herbestemd zijn tot woongebouwen. Het gebouw is een gemeentelijk monument, geheel terecht want het is een schitterend ontwerp van de Dienst der Publieke werken uit 1916, waarschijnlijk gemaakt door de bekende Amsterdamse School architect G.J. Rutgers. De openbare functie van het gebouw gaat nu verloren, zodat de fraaie binnenruimten alleen nog maar bewonderd kunnen worden door degenen die geld genoeg hebben om een duur appartement te kopen.

Ondeugdelijke motivering
Uit het bovenvermelde wordt door betrokkenen geconcludeerd dat het bestreden ontwerpbesluit niet aan het vereiste van een deugdelijke motivering voldoet c.q. niet getuigt van een goede ruimtelijke ordening, nu de aannames die het college doet inzake de genoemde aspecten en de gevolgen van het woon- en leefklimaat voor betrokkenen niet naar behoren zijn onderzocht en gemotiveerd. Daarbij staat tevens vast dat gelet op alle gebreken die aan het bestreden ontwerpbesluit kleven, er niet gesproken kan worden van een deugdelijke en redelijke belangenafweging, waarbij  de belangen van betrokkenen in voldoende mate zijn afgewogen. Gelet op bovenvermelde wordt u dan ook verzocht deze zienswijze gegrond te verklaren en de kosten die betrokkenen redelijkerwijze hebben moeten maken, te vergoeden.

Bevoegdheid
Voor betrokkenen is gelet op het bevoegdheden bestuurscommissies bovendien niet geheel duidelijk welk bestuursorgaan bevoegd is op deze aanvraag omgevingsvergunning te beslissen. Het college van burgemeester en wethouders heeft de bevoegdheid om te beslissen op aanvragen voor een projectafwijkingsbesluit gemandateerd aan de stadsdeelsecretaris. Het mandaat geldt niet voor stedelijke gebieden, projecten en belangen, zoals nader aangegeven op bij dit register behorende kaart nr. 1 behorende bij het bevoegdheidsregister bestuurscommissie en voor projecten tot boven maximaal 5 miljoen euro (geraamde omzet van de grondexploitatie) dan wel tot projecten waarvan de voorbereiding en uitvoering niet bij afzonderlijk besluit aan de bestuurscommissie is toebedeeld (minder complexe projecten). U wordt verzocht dit inzichtelijk te maken.

Procedure
Als zoals in het onderhavige geval de uitgebreide voorbereidingsprocedure moet worden gevolgd, zijn  de afdelingen 3.4 Awb (Uniforme openbare voorbereidingsprocedure) en. 3.6 Awb (Bekendmaking en mededeling) van toepassing. Ex. artikel 3.12 Awb geeft het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpbesluit in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Tevens dient te worden vermeld waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen, wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen en  op welke wijze dit kan geschieden. Te dien aanzien het volgende.
–        In de kennisgeving op de website van Stadsdeel West wordt vermeld dat – voor zover hier van belang- de terinzagelegging met ingang van 10 juli 2014 gedurende 6 weken ter inzage ligt. Bovendien wordt in de publicatie geen gewag gemaakt wie in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen in te dienen, noch op welke wijze dit kan geschieden. Er wordt wat dat betreft uitsluitend melding gemaakt van de mogelijkheden van een eventueel later te volgen beroepsprocedure ( zie: ;
–        In de kennisgeving op de website van de Staatscourant staat vermeld dat – voor zover hier van belang – de ter inzagelegging met ingang  met ingang van17 juli 2014 gedurende 6 weken ter inzage ligt. (zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/)

Betrokkenen achten het gelet op bovenstaande – en mede gelet op het gegeven dat het Flora- en Faunaonderzoek initieel niet bij de ter inzage gelegde stukken heeft gelegen, maar dit later alsnog is toegevoegd – noodzakelijk dat de terinzagelegging van het ontwerpbesluit en bijbehorende stukken in het geheel wordt overgedaan. Niet uitgesloten is immers dat er personen zijn die gelet op bovenstaande op het verkeerde been zijn gezet en af hebben gezien van het indienen van een zienswijze. Daarbij komt nog het feit dat de datum van ter visielegging in de vakantieperiode viel (op 3 juli begonnen de schoolvakanties in Amsterdam). Overigens getuigt e.e.a. (wederom) van een onzorgvuldige voorbereiding van het ontwerpbesluit en lijkt het erop dat men er alle belang bij heeft zo snel mogelijk vergunning voor het project te kunnen verlenen zonder rekening te houden met de belangen van betrokkenen.

Alternatief
Betrokkenen willen het college op een alternatief wijzen. Behoud van de maatschappelijke bestemming van het binnenterrein betekent een kansrijke situatie om hier een bijzonder waardevolle binnentuin van te maken. Er is al geruime tijd een bewonersinitiatief gaande, de “Frederikstuin”, dat springlevend is en momenteel in een werkgroep verder wordt ontwikkeld. Onderdeel daarvan zijn economische activiteiten die passen binnen de maatschappelijke bestemming en voldoen aan randvoorwaarden zoals rustige en groene activiteiten. Hiermee zal het plan financieel draagvlak verkrijgen en niet afhankelijk zijn van overheid of subsidiënten.

Het bewonersinitiatief sluit nauw aan bij de door het Algemeen Bestuur van stadsdeel West geschetste beleidscontouren in de gebiedsagenda en de startnotitie van mei 2014. Hierin wordt o.a. gesteld:

  • West is één van de dichtstbevolkte gebieden in Nederland. Om de schaarse ruimte optimaal te benutten is goede samenwerking en een integrale aanpak vereist, voor elkaar en met elkaar. De werkgroep die het bewonersinitiatief “Frederikstuin” uitwerkt, wil niets liever dan dit in samenwerking doen met de omwonenden, de gemeente, projectontwikkelaar Pierra, het ROC en andere partijen; 
  • Openbare ruimte wordt groener en meer uitnodigend: aanleg postzegelparkjes, meer straatgroen, stimuleren geveltuinen en moestuinen. Beheer openbare ruimte duurzaam.
  • Stimuleren van bewonerszelfbeheer groenvoorzieningen. Kleine initiatieven van onderaf in de belangstelling zetten. Bewonersgestuurde wijkontwikkeling.
  • Actieve vrijetijdsbesteding en stimuleren van milieueducatie, koppeling met onderwijs en naschoolse opvang. In dat kader onderzoekt de werkgroep momenteel of naschoolse opvang (als belangrijke economische drager van het project) gecombineerd kan worden met tuinaanleg, tuinonderhoud en milieueducatie;
  • De openbare ruimte in West is zeer schaars. De kwaliteit van de ruimte staat voorop. Daarom wordt de nadruk gelegd op vergroening om de leefbaarheid te vergroten.
  • West richt zich op biodiversiteit, afname van fijn stof en het stimuleren van stadslandbouw. Duurzame initiatieven van bewoners worden zoveel mogelijk gefaciliteerd.
  • West loopt voorop in het experimenteren met instrumenten om burgers te betrekken bij politieke besluitvorming, o.a. door digitale platforms en het uitnodigen van burgers om mee te praten (fysiek en online). In dit kader loopt er parallel met het bewonersinitiatief het particuliere initiatief van het buurtblog ‘Over Fred en Zo’ (www.overfred-enzo.nl) voor deze buurt waarin de omwonenden van het binnenterrein nauw en optimaal betrokken worden bij de ontwikkeling van het alternatieve plan “Frederikstuin”. Dit mede om buurtbewoners te stimuleren tot bewustwording over de kwaliteit van hun leefomgeving en participatie daarin. Ook deze zienswijze is grotendeels via het digitale platform van het buurtblog tot stand gekomen.

Betrokken vragen daarbij ook aandacht voor het huidige, vigerende bestemmingsplan voor dit gebied. In de toelichting van Bestemmingsplan Oud West 2005 staat o.a. het volgende vermeld dat in dit kader van belang is:

2.3.2. Binnenterreinen  Van heel Oud-West is 42% openbaar gebied of openbare ruimte. Dit lijkt misschien veel, maar door de verkeersfunctie, het aantal geparkeerde auto’s en de geringe hoeveelheid groen is het gebruik van de openbare ruimte voor verblijfsfuncties voor de inwoners van het stadsdeel beperkt. De openbare ruimte is te weinig beschikbaar voor meerdere functies. Dit betekent dat de niet bebouwde ruimte binnen een bouwblok (binnenterreinen en binnentuinen) extra belangrijk is voor de kwaliteit van het wonen. Vooral als deze binnenruimte groen is ingericht.

4.4.2 Omzetting van niet-wonen naar wonen  Het omzetten van een niet-woonfunctie in een woonfunctie wordt niet toegestaan om geen monotone woonstraten te krijgen. Andere activiteiten geven overdag levendigheid aan een straat. Daarnaast is het nog steeds zo dat omzetten naar een woning lucratief is, omdat dit qua huur- en koopprijs meer oplevert dan een bedrijfsruimte. Hierdoor is de dreiging van een monotoon beeld reëel.  Functiewisseling onder niet-woonfuncties: Het aandeel van die functie moet in het stadsdeel op peil blijven, maatschappelijke functies worden beschermd.

4.3.5. Binnenterreinen  De kwaliteit van de binnentuinen wordt door het stadsdeel heel belangrijk gevonden. Om aan de drukte van Oud-West te ontsnappen hebben de meeste woningen ook een rustige kant: de binnenterreinen. Om binnen het stadsdeel het evenwicht te bewaren tussen de hectiek en ontspanning is het behoud en verbeteren van de kwaliteit van de binnenterreinen van groot belang voor de bewoners.

Ook voor het opvangen en vasthouden van het regenwater zijn de binnenterreinen belangrijk. Verharding en bebouwing zorgt er voor dat regenwater minder goed in de bodem dringt en afgevoerd wordt via het riool. Dit kan leiden tot een grote piekbelasting. Het plan voor de Frederikstuin voorziet in een groot groen oppervlak waar nu nog een betegeld schoolplein is.

4.3.5. Woonbuurten  De binnenterreinen spelen een belangrijke rol voor het woongenot van de (meestal) op verdieping gesitueerde woningen.

Op geen enkele wijze wordt in de ruimtelijke onderbouwing op bovenstaande aspecten uit het vigerende bestemmingsplan ingegaan c.q. wordt duidelijk gemaakt waarom in weerwil van de in 2005 gestelde uitgangspunten medewerking aan het onderhavige bouwinitiatief gewenst is. Betrokkenen verzoeken dit mede aan de hand van de hiervoor gestelde punten uit het vigerende bestemmingsplan inzichtelijk te maken.

Tot slot
Indien uw college voornemens is ondanks bovenstaande zienswijzen medewerking aan het project te verlenen, verzoeken betrokkenen dit slechts te doen op dat deel dat betrekking heeft op het monumentale hoofdgebouw van de voormalige ROC en het binnenterrein met de lage bijgebouwen ongemoeid te laten. In plaats van 20 zouden dan 12 woningen gebouwd kunnen worden, allen gesitueerd in het hoofdgebouw. Het binnenterrein met de daarop staande bebouwing heeft een grote maatschappelijke waarde voor circa 600 omwonenden (op circa 350 postadressen aan de Frederiksstraat, een deel van Zocherstraat en het direct aangrenzende deel van de Overtoom), voor de nabije omgeving en voor de stad in het algemeen. Het binnenterrein is in haar oorspronkelijke opzet nooit bedoeld om er woningen op te bouwen en het zou een historische vergissing zijn om de maatschappelijke bestemming te wijzigen naar een woonbestemming.

Het Vondelpark is een groene oase in een zeer dicht bebouwde stedelijke omgeving. Het negentiende-eeuwse Amsterdam is arm aan parkruimte. Het is dus begrijpelijk dat iedereen aan het Vondelpark wil wonen, met een voordeur in een stedelijke omgeving en een achterdeur aan het groen. Toch kan niet iedereen aan het Vondelpark wonen. Dan wordt het park tenslotte omringd door een massieve muur bebouwing. Daarom zou het verstandig beleid zijn om bouwplannen rond het Vondelpark niet te faciliteren.

Er moet zuinig worden omgesprongen met de laatste stukjes stad waar nog wat rust en ruimte te vinden is. Het goed doordachte stedenbouwkundige concept van een school in het midden van een huizenblok heeft daar al bijna honderd jaar voor gezorgd. De bewoners van de omringende huizen konden in de avonduren en in het weekend rust vinden aan de achterzijde van hun woningen. De geluidbelasting op de voorgevels van de Overtoom bedraagt 63 dB(A) waardoor de grenswaarde van 50 dB(A) ruim wordt overschreden (zie akoestisch onderzoek, Bestemmingsplan Oud-west 2003, juni 2003, Dienst Ruimtelijke Ordening). Ook het begin van de zijstraten hebben hier last van, denk ook aan ambulances e.d.

Die rust dreigt verloren te gaan als op het toch al intensief bewoonde en in gebruik zijnde binnenterrein woningen gebouwd gaan worden en er meer verkeer en meer bewoning gaat komen. Het is een bekend feit dat zelfs minimale geluiden, zoals een normaal gesprek, vanaf het binnenterrein door de akoestiek en galm versterkt worden en geluidshinder opleveren voor de omliggende woningen, zeker die op de hogere verdiepingen. Sociale activiteiten, zoals gesprekken, muziek, feestjes e.d. zullen toenemen. Betrokkenen zullen door toename van de geluidsbelasting hier grote last van gaan ondervinden. Dit mede omdat de geluidsbelasting vanaf het binnenterrein overdag toch al zeer groot is en voor wat betreft de woningen aan de Overtoom aan de voorzijde van hun woningen helemaal niet te vinden is. Uit de bouwtekeningen en de toelichting die Pierra op door haar georganiseerde bewonersbijeenkomsten heeft gegeven, blijkt dat bovendien dat er dakterrassen worden aangelegd op de nieuwe woningen die de aanvrager midden op het binnenterrein wil realiseren. Deze woningen zijn alleen bereikbaar vanaf de poort in de Frederiksstraat. Dit impliceert verkeer van voetgangers, fietsers, scooters en incidenteel ook auto’s (laden en lossen) over het binnenterrein. De aanvrager wil ook 15 fietsen/scooter bergingen realiseren op het binnenterrein. Ook dit zijn aspecten waarop de onderhavige ruimtelijke onderbouwing geheel aan voorbij gaat en die gemakshalve niet worden benoemd.  Dienaangaande wordt dan ook verzocht specifiek in te gaan op eventuele geluidhinder van deze dakterrassen/ verkeersbewegingen via de poort in de Frederiksstraat.

Betrokkenen zijn daarnaast van mening dat Stadsdeel Oud-West in het recente verleden (2009) een grote fout gemaakt heeft  door in tegenspraak met haar eigen beleid een tweede kinderdagverblijf binnen hetzelfde huizenblok en aangrenzend aan het binnenterrein toe te laten. Dit levert bijzonder veel geluidshinder op. Laat daar niet nog meer geluidsbelasting bijkomen. En al helemaal niet in de avonduren of in het weekend wanneer het eindelijk een beetje rustig is.

Een toekenning van de bestemmingswijziging van het hoofdgebouw hoeft geen wijziging in te houden van de maatschappelijke bestemming van de lage bijgebouwen op het binnenterrein. Dit kan voor alle partijen een win-win situatie opleveren. De projectontwikkelaar heeft grond om opnieuw te onderhandelen over de aankoopprijs van alleen het hoofdgebouw. Het ROC heeft weliswaar minder opbrengst, maar kan toch een aanzienlijke winst realiseren dankzij de lage aankoopprijs van de gebouwen in 2008 (€59.000). De maatschappelijke meerwaarde zal bijzonder groot zijn door op deze wijze het bewonersinitiatief “Frederikstuin” mogelijk te maken. Het plan kan zichzelf verder bedruipen, mede door de enthousiaste inzet van omwonende participanten en de ontwikkeling van groene en rustige maatschappelijke activiteiten die de economische dragers vormen voor het project (bijvoorbeeld buitenschoolse opvang, stads-zorgboerderij). Stadsdeel West zal worden verrijkt met een waardevol project dat in tal van opzichten voldoet aan de ambities die het stadsdeel zich gesteld heeft voor de komende jaren.

Met vriendelijke groet,
mede namens betrokkenen

mr. L.P.E. Frusch

P.S.: Door de heer O. Munters zijn er ter ondersteuning en achtergrond van deze zienswijze aanvullende documenten naar de heer Peter Franse, Wabo- casemanager gestuurd.

Bijlagen:

  • Geluidsonderzoek Kinderdagverblijf Dromelot, ingesteld door stadsdeel Oud-West, 19 december 2007
  • Verkoop Zocherstraat 23-25, 12 maart 2013
  • Mening stads architectuur-historicus prof. Vincent van Rossem m.b.t. bouwplan Zocherstraat 23-25
  • Uittreksel uit Vigerend Bestemmingsplan Oud West 2005 m.b.t. binnenterreinen
  • AB-besluit Amsterdam-West Gebiedsagenda’s 3 juni 2014

Reacties

Definitieve zienswijze jurist — 4 reacties

  1. Hoi Otto ea,

    goed werk!

    Een paar punten.
    3.4 – ik denk dat het punt over s avonds parkeren niet in de opmerking verstopt moet worden. Neem het op in de paragraaf, voor: Daarbij …
    4.8 – er staat ergens Littele ipv Little
    4.9 – 2e paragraaf, 2e regel ontbreekt : is
    Bevoegdheid – eerste zin klopt niet
    Tot slot – een verdwaalde /

    Groeten, Colette

  2. Veel opmerkingen en aanvullingen zijn gemaakt in emails en op de machtigingsformulieren. Deze gezamenlijke zienswijze is tot stand gekomen met medewerking en inspraak van tal van omwonenden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *