Rechtbank Amsterdam
Sector Bestuursrecht Algemeen
Postbus 75850
1070 AW Amsterdam

L.P.E. Frusch
1e Atjehstraat 152c
1094 KW Amsterdam

Kenmerk: zaaknummer AMS 14/8358 WABO

Aankondiging meebrengen deskundige/ nadere reactie op verweerschriften

Amsterdam, 2 juni 2015

Edelachtbaar College,

Namens cliënten wordt hierbij (nogmaals) aangekondigd dat zij ter zitting een deskundige zullen meenemen. Mevr. Velthuis-Verhoog is voorzitter van de Bewoners Vereniging Overtoom en als zodanig goed op de hoogte van alles wat er speelt en mis is gegaan op bestuurlijk en ambtelijk niveau aangaande grotere bouwprojecten in stadsdeel Amsterdam West.

Zij zal een toelichting kunnen geven op de situatie in 2014 toen de Stadsdeelraad werd opgeheven en een Bestuurscommissie werd ingesteld. Dit heeft zeker in de overgangstijd tot ondemocratisch functioneren van het stadsdeel m.b.t. verlening van omvangrijke omgevingsvergunningen geleid. De in het geding zijnde vergunning is verleend in de opstartfase van het nieuwe besluitvormingstraject.

Schending 3:12 Awb/ Overleg met omwonenden

Door verweerders wordt gesteld dat ondanks het gebrek in de publicaties (schending artikel 3:12 Awb) en dankzij het herhaaldelijke overleg tussen ontwikkelaar en omwonenden er geen benadeling van belanghebbenden/ omwonenden heeft plaatsgevonden.

Cliënten willen er nogmaals op wijzen dat de regeling van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure inherente “resultaatsverplichtingen” kent, te weten de geschiktheid van de kennisgeving om alle burgers in de gelegenheid te stellen te participeren in het besluitvormingsproces alsmede om hun belangen in bezwaar en beroep te kunnen behartigen. Daarbij past niet dat er voor een en het zelfde project kennisgevingen worden gepubliceerd die uitgaan van verschillende data, waardoor belanghebbenden/ omwonenden op het verkeerde been worden gezet voor wat betreft de duur van de termijn om zienswijzen te kunnen indienen. Aan de kennisgeving van het besluit kleeft een gebrek, waarvan niet aannemelijk is dat belanghebbenden er niet door zijn benadeeld. Wat dat betreft wordt in het bijzonder gewezen op het navolgende.

In de periode van terinzagelegging heeft dhr. Munters diverse malen (circa 6-8 keer) telefonisch en per email contact gehad met de gemeente inzake de indiening van zienswijzen. Het was de Wabo casemanager van de afdeling die gaat over omgevingsvergunningen en de indiening van zienswijzen, Dhr. P. Franse, bekend dat dhr. Munters de communicatie daarover in de buurt via het buurtblog verzorgde en ook dat hij de indiening van de gezamenlijke zienswijze coördineerde. Nochtans is hem geen enkele keer medegedeeld dat de termijn van indiening met een week zou worden verlengd en hij verkeerde dan ook in de stellige veronderstelling dat machtigingen die hij na 20 augustus 2014 ontving te laat waren en niet ontvankelijk zouden worden verklaard. Hetzelfde geldt voor zienswijzen die zelfstandig door omwonenden werden ingediend. Juist ook doordat de termijn in de zomervakantieperiode viel waarin men vaak langer op vakantie gaat, is het aannemelijk dat een aantal omwonenden te laat waren met het indienen van hun zienswijze of het geven van een machtiging voor de gezamenlijke zienswijze. Immers, wie op vakantie was moest snel reageren om nog op tijd te zijn. De mogelijkheid dat belanghebbenden gedacht hebben dat het voor het indienen van een zienswijze al te laat was kan dan ook nadrukkelijk niet uitgesloten worden.

Het verweer van de gemeente over deze procedurefout wekt de indruk dat de verlenging pas achteraf is bedacht om de fout te herstellen. Het is in ieder geval duidelijk dat de gemeente heeft verzuimd om belanghebbenden op tijd te informeren dat de bezwaartermijn met een week zou worden verlengd. Naar aanleiding van telefonische vragen hierover is hier geen enkele mededeling over gedaan. Ook op het buurtblog is in diverse berichten alleen de datum van 20 augustus 2014 als uiterste inzenddatum te vinden en op de website van de gemeente is hier eveneens geen enkele mededeling over gedaan.

Daarnaast is in het voortraject van dit initiatief is gebleken dat bewoners niet, althans niet voldoende zijn geïnformeerd over het principebesluit en er onvoldoende discussie heeft kunnen plaatsvinden. Bewoners/ belanghebbenden voelen zich dan ook niet gehoord en zijn van mening dat het Stadsdeel/ de ontwikkelaar het project er door probeert te drukken.

Momenteel vindt er bijvoorbeeld via het buurtblog www.overfred-enzo.nl nog veel adhoc-discussie plaats tussen omwonenden over hoe het bouwplan er uit moet komen te zien. Daarnaast heeft de ontwikkelaar in de achterliggende periode met een aantal belanghebbenden afspraken gemaakt om hen tegemoet te komen, waardoor zij niet langer ‘als eiser’ in onderhavige procedure aangemerkt wensen te worden. Niet duidelijk is op welke punten zij tegemoet zijn gekomen, welke onderlinge afspraken zijn gemaakt en in hoeverre de in het geding zijnde ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ nog kan dienen als onderbouwing van het bouwplan/ initiatief gelet op de toegezegde wijzigingen hierin.

De discussie is kortom nog lang niet gesloten en cliënten zijn van mening dat de procedure opnieuw dient te worden gevoerd. Het is duidelijk dat het Stadsdeel/ de initiatiefnemer de geconstateerde materiële gebreken voor een deel zal kunnen wegnemen c.q. dat het relativiteitsvereiste op een aantal onderdelen op een succesvol beroep in de weg zal staan, maar dit neemt niet weg dat e.e.a. procestechnisch dan wel zuiver dient te gebeuren, in een procedure waar initiatiefnemer alle kaarten op tafel legt en absolute helderheid bestaat over wat het initiatief nu exact behelst en het ondersteund wordt door de daartoe te verrichten noodzakelijke onderzoeken en waarover tot slot alle omwonenden/ belanghebbenden hun mening kunnen geven in de door wet- en regelgeving met waarborgen omklede procedures.

Het eventueel herstellen van het ‘kennisgevingsgebrek’ op grond van artikel 6:22 Awb moet dan ook naar mening van cliënten zeer terughoudend worden toegepast, aangezien dit artikel louter toepasbaar is op kleine materiële gebreken. In geval van de schending van artikel 3:12 Awb alsmede gelet op de specifieke kenmerken van onderhavige zaak kan daar in het geheel geen sprake van zijn, aangezien niet aannemelijk is geworden dat belanghebbenden er niet door zijn benadeeld.

Cliënten wijzen ten aanzien van de toepassing van artikel 6:22 Awb in dit verband ook op Kamerstukken II 2009/10, 32 450, nr. 3, waarin wordt aangegeven dat vereist is dat alle belanghebbenden niet worden benadeeld. De bestuursrechter kan artikel 6:22 dus niet toepassen als de mogelijkheid bestaat dat derdebelanghebbenden zijn benadeeld, ook niet als die derdebelanghebbenden niet als partij aan het proces deelnemen. Zo kunnen gebreken in de kennisgeving van aanvragen en ontwerpbesluiten vaak niet met toepassing van artikel 6:22 worden gepasseerd, omdat doorgaans niet kan worden uitgesloten dat potentieel belanghebbenden door het kennisgevingsgebrek zijn benadeeld.

Leegstand
Een van de onderliggende redenen die hebben geleid tot het onderhavige initiatief is het gegeven dat het onderhavige pand al enige tijd leeg zou hebben gestaan. Cliënten bestrijden dit nadrukkelijk en zijn van mening dat hiermee een onjuiste voorstelling van zaken wordt gegeven. In de inleiding van de ruimtelijke onderbouwing (hoofdstuk 1) wordt de stellige indruk gewekt dat het pand Zocherstraat 23-25 al sinds langere tijd niet meer wordt gebruikt als schoolgebouw. Ook in de conclusie (hoofdstuk 7) wordt gesteld dat één van de redenen om het bouwplan te realiseren het voorkomen van leegstand is, hetgeen nogmaals wordt herhaald in het verweer dat wordt gevoerd n.a.v. het ingekomen beroepschrift.

Nogmaals wordt opgemerkt dat het ROC al vlak na het staken van haar onderwijsactiviteiten in het pand in juni 2012, het gebouw op 12 maart 2013 verkocht heeft ten behoeve van de realisatie van woningen. De verkoop werd georganiseerd door een projectmakelaar via een gestructureerde openbare verkoop en de voorbereiding daarvan moet al tijdens het gebruik als schoolgebouw door het ROC hebben plaatsgevonden. Er kan derhalve geen sprake zijn van langdurige leegstand zoals in de ruimtelijke onderbouwing wordt gesuggereerd. Cliënten blijven dan ook de mening toegedaan dat de aan de verleende omgevingsvergunning ten grondslag liggende onderbouwing misleidend is, dan wel een onjuiste voorstelling van zaken geeft en is gelet op voorgaande dan ook niet juist, althans op basis van een onjuiste motivering tot stand is gekomen.

Verweerschrift gemeente
pag 3, 1e alinea: Het is het AB niet duidelijk op welke inventarisatie gemachtigde doelt.
Antwoord: Het gaat om het integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs 2011-2014 van Stadsdeel West.

pag 4, 2e alinea: Het ligt niet in de rede dat de geluidsbelasting voor de nieuw te bouwen woningen groter zal zijn dan deze is voor de reeds aanwezige woningen.
Toelichting: Er is in het verleden geluidsonderzoek gedaan waaruit blijkt dat de grenswaarden voor de bestaande woningen ruim worden overschreden. (Zie bijlage bij de gezamenlijke zienswijze: Geluidsonderzoek kinderdagverblijf Dromelot, ingesteld door stadsdeel Oud-West, 19 december 2009). Dit is nog steeds de actuele situatie en sindsdien is er nog een kinderdagverblijf bijgekomen waardoor de geluidsoverlast overdag aanzienlijk is toegenomen.

Verweerschrift ontwikkelaar
pagina 2, punt 6:
De zienswijzen zijn ingediend nadat herhaaldelijk overleg was gevoerd door de projectontwikkelaar met omwonenden. Een viertal bewoners van de Zocherstraat met een benedenwoning met tuin die aanvankelijk ook grote bezwaren hadden is tevreden gesteld door de ontwikkelaar. Voor veel andere omwonenden bleven grote bezwaren bestaan. Hiertoe behoren zowel bewoners van aangrenzende bovenwoningen in de Zocherstraat, als omwonenden aan de Overtoom en de Frederikstraat (zie de adressenlijst van eisers). Vooral de situatie in de Zocherstraat met voorstanders en tegenstanders van het bouwplan heeft geleid tot wrijving onder de bewoners van deze straat. Dat er onder de 74 eisers een familie is die zich dit heeft aangetrokken en zich daarom heeft teruggetrokken uit de beroepsprocedure is dan ook begrijpelijk. Dit wil echter niet zeggen dat aan de bezwaren van het merendeel van de eisers is tegemoet gekomen, met uitzondering van de de omstreden parkeergarage die geschrapt is. Overigens was de bouw van een parkeergarage niet zozeer de wens van de ontwikkelaar, maar een voorwaarde die aanvankelijk door de gemeente werd gesteld en die de gemeente zelf bij nader inzien weer heeft ingetrokken.

In het verweerschrift van de ontwikkelaar wordt de indruk gewekt dat de ontwikkelaar bebouwing heeft geschrapt. Dit is echter geheel onjuist. Het bouwvolume in het onderhavige plan is gelijk gebleven aan dat van het aanvankelijke plan. Uitgangspunt is nog steeds het bouwvolume van de huidige bijgebouwen. De enige grote wijziging is dat 8 geplande kleine woningen samengevoegd zijn tot 4 dubbel zo grote woningen. Daarnaast zouden er volgens het bouwplan nog eens 4 grote woningen op de plaats van de gymzaal worden gebouwd.

pagina 2, punt 7:
In de zienswijze is duidelijk toegelicht wat de kern van de bezwaren van eisers is. Een goede samenvatting hiervan is te vinden onder het kopje „Tot slot”, vanaf de derde alinea: „Er moet zuinig worden omgesprongen met de laatste stukjes stad waar nog wat rust en ruimte te vinden is. Het goed doordachte stedenbouwkundige concept van een school in het midden van een huizenblok heeft daar al bijna honderd jaar voor gezorgd. De bewoners van de omringende huizen konden in de avonduren en in het weekend rust vinden aan de achterzijde van hun woningen”. Enzovoort tot aan het eind van de zienswijze. Wij verzoeken u om deze passage (nogmaals) te lezen om de beweegredenen van de eisers goed te kunnen begrijpen.

De school in het midden bestaat nog steeds en heeft een nieuwe functie gekregen als kinderdagverblijf. Omwonenden hebben daar vrede mee, zij het dat de geluidsbelasting overdag groot is. Laat daar niet nog meer geluidsbelasting en onrust van verkeersbewegingen op het binnenterrein bijkomen, die ook in de avonduren en de weekeinden doorgaat. Dat is zeer kort samengevat de kern van de bezwaren.

Het is een onjuiste voorstelling van zaken dat in het verweerschrift van de ontwikkelaar wordt gesteld dat het eisers er vooral om te doen is het bouwproject te dwarsbomen. Zowel in gesprekken en correspondentie met de ontwikkelaar als in de zienswijze en in het beroepsschrift zijn tal van handreikingen gedaan om het bouwproject doorgang te kunnen laten vinden met enige aanpassingen. Nadat de gemeente niet was ingegaan op het in de zienswijze gedane voorstel om de bestemmingswijziging naar woningen te beperken tot het hoofdgebouw (waarin 12 woningen kunnen worden gerealiseerd) heeft de werkgroep die de eisers vertegenwoordigt een compromis-voorstel gedaan aan de ontwikkelaar om slechts de helft van de bijgebouwen te transformeren naar woningen. In plaats van 8 zouden dan 4 woningen op het binnenterrein gebouwd kunnen worden. Dit zou de toename van geluidsbelasting en onrust aanzienlijk kunnen beperken, temeer omdat in dit voorstel de ruimte die de gymzaal thans inneemt een (beperkt toegankelijke) buurttuin zou kunnen worden waar juist de dieper op het binnenterrein gelegen woningen (Overtoomzijde) aan grenzen. De ontwikkelaar heeft dit voorstel afgewezen, maar de eisers zijn nog steeds bereid om de beroepsprocedure in te trekken als op dit punt overeenstemming zou worden bereikt. De ontwikkelaar stond daarna ook niet meer open om hier verder over te communiceren. Dat is jammer, want voortschrijdend inzicht bij de werkgroep zou nog tot een verdere handreiking aan de ontwikkelaar kunnen leiden om de financiële haalbaarheid van het bouwproject niet teveel in geding te brengen. Al met al kan worden gesteld dat de eisers het geenszins te doen is om het bouwproject te dwarsbomen, maar dat zij juist op een constructieve wijze willen bijdragen aan de totstandkoming van een bouwproject dat niet leidt tot een verslechtering, maar tot een verbetering van het leefklimaat van alle omwonenden, inclusief de nieuwe bewoners van de beoogde nieuw te bouwen woningen.

Eisers verzoeken dan ook aan de Rechtbank om alvorens tot een uitspraak te komen, partijen te vragen alsnog tot overeenstemming proberen te komen. Iedereen is ermee gebaat dat de herbestemming van het oude schoolgebouw zo spoedig mogelijk kan worden gerealiseerd. Onder de eisers leeft ook het gevoel dat de huidige ontwikkelaar daarvoor een goede partij zou kunnen zijn.

Hoogachtend,
Namens cliënten,

L.P.E. Frusch


Reacties

Pleitnota — 1 reactie

  1. Super, wat een uitstekend onderbouwd betoog! Met Frusch maken wij een grote kans! Chapeau!
    Wij zijn er bij, tijdens de rechtzitting, en geven zelfs eerder gemaakte afspraken daarvoor op, zó belangrijk vinden wij het!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *